
Den maandag 10 februaris:
Dodelijk vermoeid en lichamelijk gebroken sleept “De Beul van Montaigle” zich uit zijn bed. De 7 zotte zussen onderwerpen aan de vele beproevingen hadden zijn tol geëist. Gelukkig hadden zij kreupele paarden anders had hij hen nooit kunnen volgen op hun queeste.
Het was nu zijn taak om de graaf op de hoogte te brengen.
Hij stapte de zaal van het kasteel binnen. De Graaf zat op zijn troon, zijn ogen priemden door de duisternis terwijl de kaarsen flakkerden in de tochtige ruimte.
De beul boog diep en begon zijn verslag.
“Mijn heer, ik heb hen onderworpen aan de zwaarste proeven. Ze trotseerden de koude nachten in de hut zonder te klagen. Ze sleepte zich door de modder met hunnen tweewielig paard aan de teugel. Geen berg was te hoog, geen beek te diep. Ze toonden moed in de confrontatie met de weerwolf, en het is dankzij hun samenwerking en onverschrokkenheid dat het beest nu niet langer Montaigle bedreigt.”
De Graaf trok verrast een wenkbrauw op. “En? Waren ze werkelijk… waardig?”
De beul knikte. “Ze waren enthousiast, vastberaden en toonden een ongekend doorzettingsvermogen. Annelinde bewees haar leiderschap, Isabeauté haar wijsheid, Verlinde haar vindingrijkheid, Anne-Marijn haar geduld, Cindelijn haar sluwheid en Katharina haar onverschrokkenheid. Enkel Katrijn…”
De Graaf kneep zijn ogen samen. “Wat heeft Katrijn gedaan?”
De beul trok zijn schouders op en sprak. “Een zinloze poging tot bedrog, mijn heer. Ze dacht dat ze mij kon misleiden door de uitslag van een proef te vervalsen. Maar zodra ik haar haar aansprak op haar misstap, gaf ze toe en erkende haar fout.”
De Graaf liet een diepe zucht ontsnappen. Hij stond op en keek zijn dochters aan. Hun ogen straalden een nieuw soort fierheid uit. Ze waren niet langer de roekeloze, losbandige zussen die hij had verbannen. Ze hadden zichzelf bewezen, en meer dan dat. Een traan prikte in de ooghoek van de oude edelman.
Hij ademde diep in en voelde hoe zijn woede smolt als sneeuw voor de zon. Zijn hart, jarenlang verhard door teleurstelling, werd overspoeld door een golf van trots, opluchting en liefde. Voor het eerst in lange tijd voelde hij zich niet alleen een graaf, maar een vader. Zijn blik verzachtte en hij stapte op hen toe. Hij legde een hand op Anne-Marijn’s schouder en kneep er zachtjes in.
“Jullie hebben mij versteld doen staan,” sprak hij uiteindelijk, en zijn stem was niet langer boos, maar zacht en warm. “Ik had niet durven dromen dat jullie zouden veranderen. En toch… hier staan jullie, sterker dan ooit.”
Hij liet zijn blik over hen glijden en een glimlach brak door op zijn gezicht. “Als beloning voor jullie moed en doorzettingsvermogen… krijgen jullie een eigen brouwerij.”
Een kreet van vreugde vulde de zaal. De zussen vielen elkaar in de armen, hun gezichten stralend. Een brouwerij! Niet alleen een teken van vergeving, maar ook een kans om hun naam te zuiveren en een erfenis op te bouwen die Montaigle voor altijd zou herinneren aan hun ongelooflijke qweeste.
Zonder dralen werd er een nieuwe brouwerij gebouwd, genaamd
‘De Zeven Zotte Zussen’, waar ze bier en kaas maakten van ongekende kwaliteit. Ze schonken 10% van de opbrengst aan de armen, 40% aan WTC Feels en de rest ging naar een goed feest op tijd en stonde.
En zo begon een nieuw hoofdstuk in hun leven. De zeven zussen, eens bekend om hun losbandigheid, werden de trotse eigenaressen van de Brouwerij van Montaigle. Hun bieren en kazen werden beroemd in het hele land en hun sage werd verteld bij elke pint die werd geschonken…